Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de soortenbescherming onderdeel van dat stelsel. Inhoudelijk is de bescherming grotendeels overgenomen uit de eerdere wetgeving. De vindplaats en de terminologie zijn wel veranderd.
Drie beschermingsregimes
De bescherming kent drie groepen, die teruggaan op Europese richtlijnen en nationale keuzes:
- Soorten van de Vogelrichtlijn. Alle vogels die van nature in Nederland in het wild leven. Nesten die het hele jaar beschermd zijn, zoals die van de gierzwaluw en de huismus, vragen extra aandacht.
- Soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn. Onder meer alle vleermuissoorten, de rugstreeppad, de kamsalamander en de heikikker.
- Andere soorten. Zo heet in de wet de aanvullende nationale lijst, in de praktijk vaak "nationaal beschermde soorten" genoemd. Hiervoor kunnen per provincie vrijstellingen gelden.
Wat is er precies verboden?
- Beschermde dieren opzettelijk doden of vangen
- Opzettelijk verstoren, zeker in kwetsbare periodes
- Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen beschadigen of vernielen
- Beschermde planten plukken of vernielen
Bij gebouwbewonende soorten gaat het in de praktijk bijna altijd om de vaste verblijfplaats: een spouw, een spleet onder de dakrand, een holte in een boom. Die plek is ook beschermd als het dier er op dat moment niet zit.
Wie beslist, en de provinciale verschillen
Vraag je alleen een vergunning voor de flora- en fauna-activiteit aan, dan zijn Gedeputeerde Staten van de provincie bevoegd gezag. Vraag je die vergunning samen met een andere activiteit aan, bijvoorbeeld een bouwactiviteit, dan beslist meestal de gemeente en geeft de provincie een advies waarmee de gemeente moet instemmen.
De provincie kan bovendien vrijstellingen verlenen voor de andere soorten. Wat in Noord-Brabant is vrijgesteld, hoeft dat in Utrecht niet te zijn. Kijk daarom altijd in de omgevingsverordening van de provincie waar je werkt.
Waar vind je de actuele lijsten?
Gebruik alleen de lijsten zoals ze in de wet en de bijbehorende besluiten staan, samen met de informatie van de provincie waar je werkt. Lijsten uit oudere rapporten kunnen achterhaald zijn.