Een SMP opstellen is een traject van meerdere jaren, waarin ecologie, beleid en uitvoering samenkomen. Hieronder de stappen, en daarna een paar praktische tips.
Stap 1: Gebied en ambitie afbakenen
Bepaal eerst welk gebied het plan beslaat en welke werkzaamheden eronder moeten vallen. Is het gebied te ruim, dan wordt het onderzoek onbetaalbaar. Is het te krap, dan zit je binnen twee jaar weer aan tafel.
Stap 2: Bureauonderzoek en voorverkenning
Verzamel bestaande verspreidingsgegevens, eerdere onderzoeken en de bouwkundige kenmerken van de woningvoorraad. Daarmee bepaal je de onderzoeksinspanning per deelgebied.
Stap 3: Gebiedsdekkend veldonderzoek
Dit is de grootste post. Over meerdere seizoenen onderzoek je het gebied systematisch op de relevante soorten en functies.
Stap 4: Analyse en maatregelen
Vertaal de bevindingen naar een gebiedsdekkend pakket van maatregelen. Denk aan permanente voorzieningen, fasering van de werkzaamheden en werkprotocollen per type ingreep.
Stap 5: Afstemming met bevoegd gezag
Betrek de provincie vroeg. Komt een SMP pas in de eindfase op tafel, dan loop je het risico dat het fundamenteel moet worden bijgesteld. Tussentijds afstemmen voorkomt dat. Vraag ook naar een pre-SMP: een tijdelijke gebiedsgerichte vergunning waarmee de eerste werkzaamheden kunnen starten terwijl het onderzoek loopt.
Stap 6: Vaststelling en gebiedsgerichte omgevingsvergunning
Na goedkeuring is het SMP het kader waarbinnen deelnemers werken, zonder eigen traject per project. Het bevoegd gezag verleent daarbij een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.
Stap 7: Uitvoering en monitoring
Met de vaststelling is het werk niet af. Monitoring moet aantonen dat de maatregelen werken. Blijft het effect uit, dan stuur je bij.
Vier praktische tips
- Werk vanaf dag één met dezelfde datastructuur. Een SMP loopt soms jaren, en als je tussentijds van methodiek wisselt, kun je niet meer vergelijken.
- Zorg dat elke waarneming een nauwkeurige locatie heeft. Anders kun je later niet per deelgebied rapporteren.
- Houd de omstandigheden bij. Rondes onder ongunstige omstandigheden tellen niet mee.
- Reken op personeelswisselingen. Over tien jaar werken er andere mensen. Leg de kennis vast in je systeem, zodat hij niet met een collega vertrekt.
