Bij vleermuisonderzoek bepaalt de kalender je planning. De dieren gebruiken door het jaar heen verschillende verblijfplaatsen, en een functie kun je alleen aantonen in de periode waarin die functie ook gebruikt wordt.
De grote lijn door het jaar
- Voorjaar: de dieren komen uit winterslaap en betrekken hun zomerverblijven. Het verblijfplaatsonderzoek zelf begint volgens het protocol pas half mei; voor de meervleermuis op 1 mei.
- Late voorjaar en zomer: de kraamperiode. Nu toon je kraamverblijven aan, met avond- en ochtendrondes bij warm, windstil weer.
- Nazomer en najaar: de paarperiode. Baltsende mannetjes zijn goed te horen met de batdetector.
- Winter: onderzoek naar winterverblijven. De methode is dan heel anders: je zoekt objecten af en telt geen uitvliegers.
Omstandigheden binnen de periode
Ook in de juiste periode telt niet elke avond mee. Bij te lage temperaturen vliegen de dieren nauwelijks uit. Harde wind onderdrukt de activiteit en maakt het waarnemen lastiger. Regen maakt een ronde in de regel ongeschikt.
Leg die omstandigheden bij elke ronde vast. Maak je in VeldApp een veldbezoek aan en heb je verbinding, dan haalt de app op je locatie de temperatuur, windkracht, windrichting en bewolking op. Zonder verbinding blijven die velden leeg en vul je ze zelf in. Bij het aanmaken staan ook de zonsopkomst en zonsondergang van vandaag. Die komen uit een meegeleverde KNMI-tabel voor midden-Nederland en gelden dus niet exact voor jouw locatie.
Suboptimale rondes
Soms is een ronde niet ideaal en toch bruikbaar. Protocollen staan doorgaans een beperkt aantal suboptimale rondes toe. Noteer daarom ook onder welke omstandigheden je er was. Anders kun je achteraf niet onderbouwen dat je ronde meetelt.