Weinig maatregelen liggen zo gevoelig als het na-isoleren van spouwmuren. Dat komt doordat de spouw in Nederland een van de belangrijkste verblijfplaatsen is van gebouwbewonende vleermuizen.
Waarom de spouw zo belangrijk is
Voor een vleermuis is een spouwmuur vrijwel ideaal: smal, droog, met een stabiele temperatuur en veilig voor predatoren. Soorten als de gewone dwergvleermuis gebruiken spouwen als zomerverblijf, kraamverblijf en paarverblijf, vaak zonder dat de bewoner het merkt.
Wat de wet vraagt
Voordat je na-isoleert, moet duidelijk zijn of er beschermde soorten in de spouw zitten. Zitten ze er niet, dan kun je door. Zitten ze er wel, dan is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig, met maatregelen: werken buiten kwetsbare periodes, alternatieve verblijfplaatsen aanbieden en gefaseerd uitvoeren.
De uitspraak van 2023
Op 2 augustus 2023 oordeelde de Raad van State dat na-isolatie niet mag zonder deugdelijk onderzoek: een blik met een endoscoop en een korte observatie zijn niet genoeg om vleermuizen uit te sluiten. Er moet een quickscan door een deskundige aan te pas komen, en zo nodig nader onderzoek. Sindsdien is de aanpak van spouwmuurisolatie in beweging, en hij verschilt per provincie.
De routes
Onderzoek per woning
De klassieke route: per pand of complex onderzoek volgens het vleermuisprotocol, met meerdere rondes verspreid over seizoenen. Grondig, maar traag en relatief duur per woning.
eDNA-onderzoek
Sinds 7 maart 2025 staat de eDNA-methode als erkende maatregel in de Omgevingsregeling. Bij de invliegopeningen van de spouw wordt met DNA-rollers bemonsterd. Is de uitslag negatief, dan kan er geïsoleerd worden zonder aanvullende maatregelen. Is de uitslag positief, dan mag er sinds 2025 niet meer via de tijdelijke landelijke werkwijze natuurvriendelijk isoleren worden gewerkt: dan volgt de reguliere route met nader onderzoek en een vergunning, of je wacht op het soortenmanagementplan van de gemeente. Het Netwerk Groene Bureaus publiceerde eind 2025 een protocol en toepassingskader voor de methode; het bevoegd gezag beslist of ze in een concreet geval mag worden toegepast.
Werken onder een (pre-)SMP
Bij grotere aantallen woningen is een soortenmanagementplan vaak de uitweg. Het gebied wordt één keer gebiedsdekkend onderzocht en de gemeente krijgt een gebiedsgerichte vergunning. Daarna kan er binnen dat kader gewerkt worden, zonder eigen traject per woning. Zolang het SMP nog niet af is, kan een pre-SMP met een tijdelijke vergunning van maximaal twee jaar de eerste werkzaamheden mogelijk maken. Is er een SMP, dan is eDNA-onderzoek per woning niet meer nodig.
Voor de uitvoerende ecoloog
Spouwonderzoek betekent veel panden, veel avondrondes en veel uitvliegtellingen. In VeldApp selecteer je met BAG-panden in bulk meerdere panden tegelijk en vul je één keer het formulier in. Elke waarneming krijgt het pand-ID mee. Voor het tellen is er de uitvliegtelling: twee grote knoppen, een saldo van wat nog buiten is en een logboek met het tijdstip van elke druk.