Het vleermuisprotocol beschrijft hoe je vleermuisonderzoek zo uitvoert dat het bevoegd gezag de uitkomst accepteert. Het protocol is geen wet. In de praktijk is het wel de maatstaf: wijk je ervan af, dan moet je uitleggen waarom.

De actuele versie is het Vleermuisprotocol 2021. De laatste actualisatie, voor de meervleermuis, is gepubliceerd op 28 februari 2025 en geldt sinds 1 maart 2025. Het protocol wordt jaarlijks geëvalueerd in het Vleermuisvakberaad, door deskundigen van het Netwerk Groene Bureaus, Zoogdierbescherming Nederland (tot begin 2026 de Zoogdiervereniging) en de bevoegde gezagen. De geldende tekst staat op vleermuisprotocol.nl. Kijk daar altijd of er inmiddels een nieuwere versie is. Aantallen rondes, periodes en weersgrenzen staan hier bewust niet: die haal je uit het protocol zelf.

Waarom een protocol?

Vleermuizen zijn lastig aan te tonen. Ze zijn klein, actief in het donker en gebruiken door het jaar heen verschillende verblijfplaatsen. Zonder vaste methode concludeert de ene onderzoeker dat er niets zit, terwijl de ander op dezelfde plek een kraamkolonie vindt. Het protocol legt vast hoe vaak, wanneer en onder welke omstandigheden je moet kijken voordat je een uitspraak mag doen.

De functies die je onderzoekt

  • Zomerverblijf: waar dieren overdag verblijven in het actieve seizoen
  • Kraamverblijf en satellietverblijf: waar vrouwtjes hun jongen grootbrengen, en de kleinere verblijven eromheen die dezelfde kolonie gebruikt
  • Paarverblijf: in gebruik in de nazomer en het najaar
  • Winterverblijf: waar de dieren overwinteren
  • Vliegroute en foerageergebied: de verbindingen en het jachtgebied

Elke functie heeft een eigen onderzoeksperiode. Wil je een gebouw volledig vrijgeven, dan loopt het onderzoek daarom over meerdere seizoenen. Met een paar avonden achter elkaar red je het niet.

Rondes en omstandigheden

Per functie schrijft het protocol een minimumaantal rondes voor, met een minimale tussenperiode. Daarnaast stelt het eisen aan het weer: een ronde bij te lage temperatuur, te veel wind of neerslag telt niet mee. Leg daarom bij elke ronde de weersomstandigheden vast.

De uitvliegtelling

De uitvliegtelling is een kernonderdeel van het verblijfplaatsonderzoek, naast de ochtendronde waarin je invliegende en zwermende dieren telt. Voor de meervleermuis schrijft het protocol sinds 2025 voor kraam- en satellietverblijven zelfs uitsluitend ochtendonderzoek voor. Bij een avondronde sta je voor zonsondergang op je post en tel je de dieren die het gebouw verlaten. Je legt vast:

  • het tijdstip van elke uitvliegende vleermuis
  • de plek waar het dier het gebouw verliet
  • de soort, voor zover je die met de batdetector kunt vaststellen
  • het aantal, waaruit de omvang van de kolonie volgt

In VeldApp gebruik je hiervoor het uitvliegtelling-veld. Het heeft twee grote knoppen, een saldo “nog buiten” en een logboek met per druk het tijdstip en de tijd sinds de vorige druk. Elke druk geeft een trilling.

Afwijkende omstandigheden vastleggen

Stonden er bouwlampen aan, was er veel geluid of was er een evenement? Noteer het bij je ronde. Onder afwijkende omstandigheden mag je uit de afwezigheid van dieren geen conclusie trekken, en dat moet uit je rapportage blijken.