Een uitvliegtelling is als handeling eenvoudig: je telt hoeveel dieren een gebouw verlaten. Goed vastleggen wat je telt, is lastiger.
Waarom het zo lastig is
Het is donker, en je wilt je nachtzicht niet verpesten met een fel scherm. Je kijkt omhoog naar de gevel, vaak met de batdetector in één hand. Bij een kolonie kunnen er binnen enkele minuten tientallen dieren uitvliegen. En in je rapportage wil je kunnen laten zien wanneer de dieren uitvlogen, dus een totaal alleen is niet genoeg.
Waarom papier tekortschiet
Turven op papier werkt tot je tijdstippen nodig hebt. Dan moet je bij elke streep op je horloge kijken, en die aandacht wil je juist bij de gevel houden. Daarna moet alles nog worden overgetypt, met de kans op fouten die daarbij hoort.
Waarom een spreadsheet ook niet werkt
Een spreadsheet op je telefoon vraagt een precisie die je in het donker niet hebt: kleine cellen, een toetsenbord en een scherm dat je nachtzicht verpest.
Wat je nodig hebt zijn twee knoppen die groot genoeg zijn om op gevoel te bedienen, een teller die je in één blik leest en tijdstippen die vanzelf worden vastgelegd.
Zo werkt het in VeldApp
Het uitvliegtelling-veld heeft twee grote knoppen: vlieger uit en vlieger in. Elke druk wordt met het tijdstip vastgelegd en geeft een trilling. Het saldo laat zien hoeveel dieren er nu buiten zijn, met ernaast hoeveel er uitvlogen en hoeveel er terugkwamen.
In het logboek staat per druk het tijdstip, de richting, een teller per richting en de tijd sinds de vorige druk. Een misdruk haal je met één tik weg. De kaart heeft een nachtstand, zodat het scherm je nachtzicht niet verpest.
Wat je eraan overhoudt
Na afloop heb je een reeks met een tijdstip per druk, als veld in de waarneming. Die waarneming staat op de kaart, met de andere velden uit je formulier erbij, zoals de soort. Het weer van die avond staat bij het veldbezoek.
