Waarvoor is dit

Kaartstudio is de kaartmodule van de webomgeving. Per project maak je een of meer kaarten met lagen: de projectgebieden, de waarnemingen, zelf getekende vlakken en lijnen en geïmporteerde bestanden. De lagen zijn ook in de app te zien.

Kaartstudio is een module van €39 per maand; je kunt hem eenmalig 30 dagen gratis proberen. Aanzetten doe je onder Abonnement.

Een kaart openen

De startpagina van Kaartstudio met de knoppen Open bestaand project en Nieuw project en het zoekveld voor een project
  1. Klik in de bovenbalk op Kaartstudio en kies Open bestaand project.
  2. Met Nieuw project maak je vanuit hier een nieuw project aan.
  3. Typ een deel van de projectnaam.
De zoekresultaten onder het zoekveld met twee projecten in Zandhoven
  1. Klik op het project. Heeft het één kaart, dan opent die direct.
De lijst met kaarten van een project met een knop om een nieuwe kaart aan te maken
  1. Bij meerdere kaarten kies je er een uit de lijst.
  2. Of maak een nieuwe kaart aan.

Vanaf een projectpagina kom je er ook met de knop Openen in Kaartstudio.

De editor

De Kaartstudio-editor met de menu's Project, Kaart, Lagen en Gereedschap in de bovenbalk, het lagenpaneel rechts en de kaartknoppen
  1. Project: wisselen naar een ander project, een nieuw project, een kaartlaag uit een ander project overnemen of Kaartstudio sluiten.
  2. Kaart: een nieuwe kaart in dit project of wisselen van kaart.
  3. Lagen: een nieuwe laag toevoegen.
  4. Gereedschap: alle analyse- en bewerkgereedschappen, zie Kaartstudio: de gereedschappen.
  5. Het lagenpaneel.
  6. Zoomen en de kaart naar het noorden draaien.
Het venster Nieuwe kaart in dit project met het veld Kaartnaam en de knop Aanmaken
  1. Via Kaart, Nieuwe kaart in dit project geef je de kaart een naam, bijvoorbeeld Werkkaart natuurgebieden.
  2. Klik op Aanmaken. Zo houd je een analysekaart en een werkkaart apart.

Het lagenpaneel

Het lagenpaneel met zoekveld, de laag Projectgebieden met oog en schakelaar, de uitklappijl en de laag Waarnemingen
  1. Zoek lagen, groepen of objecten op naam.
  2. Elke laag heeft een naam, het aantal objecten en een kleur.
  3. Het oog toont of verbergt de laag; de schakelaar ernaast maakt de laag bewerkbaar.
  4. Met de pijl klap je de laag uit: instellingen, filters en de inhoud.
  5. De laag Projectgebieden bevat de plangebieden. Met Bewerk projectgebieden teken je er zelf een bij of pas je er een aan.
Het menu van een laag met Als actieve laag instellen, Zoom naar laag, Laag verbergen, dekking, kleur, Bekijk attribuuttabel, Heatmap tonen, Splitsen naar nieuwe laag, Naam wijzigen, Bewerken, Dupliceren en Verwijderen
  1. Klik met de rechtermuisknop op een laag voor het laagmenu: actieve laag, zoomen, verbergen, dekking en kleur, de attribuuttabel, een heatmap, splitsen naar een nieuwe laag, hernoemen, bewerken, dupliceren en verwijderen.

Een laag filteren

De uitgeklapte laag Waarnemingen met dekking, kleur en lijnstijl en het blok Waarnemingenfilters met veldbezoeken, formulier, datumbereik en veldfilters
  1. Klap de laag Waarnemingen uit met de pijl. Bovenin staan dekking, kleur en lijnstijl.
  2. Onder Waarnemingenfilters kies je een of meer veldbezoeken (Ctrl of Cmd voor meerdere), een formulier en een datumbereik. De kaart toont dan alleen die waarnemingen.
  3. Met Voeg filter toe filter je op een formulierveld, bijvoorbeeld alleen soort is gewone dwergvleermuis.
Let op: een filter stuurt alleen wat je op de kaart ziet. Exporteer je de laag of maak je een kaart, dan gaan alle waarnemingen van de laag mee; gebruik de attribuuttabel als je een selectie naar een nieuwe laag wilt zetten.

Groepen per veldbezoek, soort of gedrag

Het onderdeel Inhoud van de uitgeklapte laag Waarnemingen met de knop Groepeer op en daaronder een groep per veldbezoek, elk met een oog
  1. Onder Inhoud staat de indeling van de laag. Klik op Groepeer op… om die te kiezen.
  2. Elke groep heeft een eigen oog. Zo toon je één veldbezoek of één soort zonder de andere te verwijderen. Met de pijl klap je een groep open tot de losse objecten.
Het venster Groepeer op met een keuzelijst voor het eerste niveau en een tweede lijst voor een subgroep
  1. Kies waarop je groepeert: veldbezoek, soort of een ander veld.
  2. Kies eventueel een tweede niveau, bijvoorbeeld eerst per pand en daarbinnen per soort, en klik op Toepassen. Groepen zijn een weergave; er komen geen extra lagen bij.

Een heatmap tonen

Het laagmenu van de laag Waarnemingen met de optie Heatmap tonen
  1. Klik met de rechtermuisknop op een waarnemingenlaag en kies Heatmap tonen. Dezelfde optie heet daarna Heatmap verbergen.
De kaart van het projectgebied met een heatmap over de waarnemingen: rood waar de dichtheid het hoogst is

De heatmap laat in één blik zien waar de meeste waarnemingen zitten. Zoom uit voor een overzicht per wijk, zoom in voor de dichtheid per straat.

Een laag toevoegen

Het venster Nieuwe laag toevoegen met het type Tekenlaag, de naam, de kleur en de knop Opslaan
  1. Type: een tekenlaag, of een GeoJSON-laag uit een bestand.
  2. Naam.
  3. Kleur, met dekking en volgorde. Met Projectgebied maak je van de vlakken in deze laag plangebieden.
  4. Klik op Opslaan.
Hetzelfde venster met het type GeoJSON uit bestand uploaden en het veld om een bestand te kiezen
  1. Kies GeoJSON (uit bestand uploaden).
  2. Kies het bestand: GeoJSON, Shapefile als zip, KML of KMZ, GPX of GeoPackage.
  3. Klik op Opslaan. De laag wordt omgezet naar WGS84 en verschijnt op de kaart.

Op een tekenlaag teken je punten, lijnen en vlakken met de tekenknoppen op de kaart. Klik op een object om het te selecteren, te verplaatsen of te verwijderen.

Het venster Kaartlaag uit ander project met een zoekveld voor het project
  1. Via Project, Kaartlaag uit ander project kies je een project en daarna een laag; die komt als kopie in deze kaart. Handig voor een zoekgebied of een lijst met te controleren panden die je in meer projecten gebruikt.

Een waarneming bekijken, bewerken en de geschiedenis zien

Het paneel Waarneming Details links op de kaart met de gegevens van een waarneming en de knoppen Bewerken, Verplaats en Geschiedenis
  1. Klik op een waarneming op de kaart. Links opent Waarneming Details met de laag, het veldbezoek, de datum en alle formuliervelden.
  2. Bewerken opent de velden om ze aan te passen; met Verplaats sleep je het punt naar een andere plek.
  3. Geschiedenis toont de versies van deze waarneming.
Het paneel Versiegeschiedenis met per versie wie wat wanneer heeft gewijzigd en welke velden veranderden
  1. Per versie zie je wie de wijziging deed, wanneer, via welk kanaal (web, Kaartstudio of API) en welke velden veranderden. Wijzigingen vanuit de app krijgen geen eigen versie.
Let op: een waarneming die je in Kaartstudio verplaatst of bewerkt, verandert ook in de app en op het web. Elke wijziging wordt als versie bewaard.

In de app

Veldwerkers zien de lagen van de kaart in het lagenpaneel van de app en kunnen ze per laag aan- of uitzetten. Tikken op een object toont de eigenschappen.

Tips

  • Bestand komt ver weg terecht? Controleer het coördinatensysteem van het bestand; Kaartstudio verwacht WGS84 of RD New.
  • Veel lagen maken de kaart traag, zeker in de app. Zet alleen aan wat in het veld nodig is.