Waarvoor is dit

Onder het menu Gereedschap in Kaartstudio zit een reeks gereedschappen voor analyse en bewerking, in zes groepen. Elk gereedschap opent een paneel op de kaart; meerdere panelen mogen tegelijk open staan. Hieronder staan ze in de volgorde van het menu, telkens met het resultaat op de kaart. De attribuuttabel en de natuurgebieden hebben een eigen handleiding.

Het uitgeklapte menu Gereedschap in Kaartstudio met de zes groepen
  1. Open het menu Gereedschap.
  2. De zes groepen.
  3. Wijs een groep aan; de gereedschappen van die groep verschijnen ernaast. Kies er een; het paneel verschijnt op de kaart en sluit je met het kruisje.

Meten en analyse

Het paneel Meet-tool met de keuze Lijn of Oppervlakte, een getekende meetlijn op de kaart, de segmenten en de totale lengte
  1. Meet-tool: kies lijn of oppervlakte en klik punten op de kaart. Dubbelklik of Enter rondt af; Backspace haalt het laatste punt weg. Je ziet de lengte per segment en het totaal, of de oppervlakte.
Het paneel Buffer met de keuze rond punt of rond polygoon, de straal, een getekende cirkel van 75 meter op de kaart, het naamveld en de knop Maak nieuwe laag
  1. Buffer: kies een buffer rond een punt, rond een zelf getekend vlak of rond een vlak uit een laag.
  2. Vul de straal in meters in.
  3. Klik op de kaart; de cirkel verschijnt met de oppervlakte in het paneel. Klik nog eens om het middelpunt te verplaatsen. Met Exporteer GeoJSON bewaar je de buffer zelf, bijvoorbeeld als zoekgebied.
  4. Onder Objecten naar nieuwe laag staat wat er binnen de buffer ligt, per laag met aantal. Vink aan wat mee moet en geef de nieuwe laag een naam.
  5. Klik op Maak nieuwe laag. Kies Kopiëren om de objecten ook in de oorspronkelijke laag te laten staan, of Verplaatsen.
Het lagenpaneel met de nieuwe laag Waarnemingen binnen 75 m en op de kaart de gekopieerde waarnemingen in blauw
  1. De nieuwe laag staat in het lagenpaneel en heeft een eigen kleur. Je kunt hem apart exporteren of in de attribuuttabel bekijken.
Het paneel Selectie met een getekend selectiegebied op de kaart, de melding dat 151 objecten binnen het gebied liggen, het naamveld en de knop Maak nieuwe laag
  1. Selectie: klik hoekpunten op de kaart en dubbelklik om het gebied te sluiten. Backspace haalt het laatste punt weg, Esc begint opnieuw.
  2. Het paneel meldt hoeveel objecten binnen het gebied liggen, met daaronder de aantallen per laag.
  3. Geef de nieuwe laag een naam.
  4. Klik op Maak nieuwe laag; ook hier kies je tussen kopiëren en verplaatsen.

Navigatie en locatie

Het paneel Coördinaten met de positie van de cursor en van de laatste klik
  1. Coördinaten: beweeg over de kaart voor de positie van de cursor in WGS84 en RD New; klik om een positie vast te zetten en te kopiëren.
Het paneel Zoek adres met een zoekveld voor adres, postcode of coördinaat
  1. Zoek adres: typ een adres, postcode of coördinaat en de kaart springt ernaartoe.
Het paneel Bladwijzers met een naamveld en de knop Huidige weergave
  1. Bladwijzers: bewaar de huidige kaartweergave onder een naam om er later snel naar terug te gaan. Bladwijzers blijven in je browser bewaard. Met Mijn locatie centreert de kaart op je eigen positie.

BAG en panden

Het paneel BAG-pand koppeling met de maximale afstand, de opties heatmap en aantallen, de uitkomst dat 153 van 391 waarnemingen aan 66 panden zijn gekoppeld, en op de kaart panden gekleurd naar aantal waarnemingen
  1. BAG-pand koppeling: stel in tot hoeveel meter van een pand een waarneming nog wordt gekoppeld.
  2. Kies of de panden een kleur krijgen naar aantal waarnemingen (heatmap) en of het aantal op het pand wordt getoond.
  3. Klik op Analyseer huidige weergave. Zoom eerst in tot straatniveau; alleen zichtbare puntwaarnemingen doen mee.
  4. De uitkomst: hoeveel waarnemingen aan hoeveel panden zijn gekoppeld, met per pand het adres en het aantal. Exporteer CSV zet die lijst in een bestand.
  5. Maak laag van koppeling bewaart de gekleurde panden als laag.
  6. Koppeling vastleggen op waarnemingen schrijft het pand-ID in de waarnemingen zelf, zodat het ook in de export uit de waarnemingenlijst staat.
Het paneel BAG-panden importeren met een getekend gebied op de kaart waarin 166 panden zijn gevonden, het naamveld en de knop Maak laag met BAG-panden
  1. BAG-panden importeren: klik een gebied op de kaart en dubbelklik om het te sluiten.
  2. Het paneel meldt hoeveel panden er in het gebied liggen; ze worden alvast getoond.
  3. Geef de laag een naam.
  4. Klik op Maak laag met BAG-panden.
Het lagenpaneel met de nieuwe laag Panden Raadhuisplein en op de kaart de panden in oranje
  1. De panden staan als laag op de kaart, met bouwjaar, status en oppervlakte als eigenschappen. Handig als checklist voor te inspecteren gebouwen; in de app zien veldwerkers dezelfde laag.

Natuurgebieden

De gereedschappen Natuurgebieden tonen en Afstand tot natuurgebieden staan in Kaartstudio: natuurgebieden en afstanden.

Data, import en export

Het paneel Waarneming toevoegen met veldbezoek, formulier en de invoervelden
  1. Waarneming toevoegen: kies veldbezoek en formulier, vul de velden in en klik op de kaart voor de locatie. Zo voeg je vanaf kantoor een waarneming toe.
Het paneel Waarnemingen groeperen met de laag, de straal van 40 meter, de opties groepeer op soort en gedrag, de knop Groepeer en op de kaart cirkels om de gevormde groepen
  1. Waarnemingen groeperen: kies de laag.
  2. Kies de straal in meters.
  3. Kies of soort en gedrag gelijk moeten zijn om samen te vallen.
  4. Klik op Groepeer. Waarnemingen binnen de straal met dezelfde combinatie worden één icoon met een cirkel en een aantal. Klik op een groep om de onderliggende waarnemingen in de attribuuttabel te zien; Herstel zet de losse punten terug.
  5. Geef de nieuwe laag een naam.
  6. Maak laag van groepen bewaart één punt per groep, met soort, gedrag, aantal en de onderliggende waarnemingen als eigenschappen. Handig voor een overzichtskaart in een rapport.
Het paneel Foto's op de kaart met het aantal foto's, een schuif voor de grootte en de knop Zoom naar de foto's
  1. Foto's op de kaart: toont bij elke zichtbare waarneming de foto's als miniatuur. Met de schuif maak je ze groter; Zoom naar de foto's brengt ze in beeld.
De kaart met fotominiaturen bij de waarnemingen, waarvan er een vergroot is

Wijs een miniatuur aan om hem te vergroten; klik om de foto op volle grootte te openen.

Het paneel Kaartdata exporteren met het aantal gevonden objecten, het formaat, het coördinatenstelsel en de knop Downloaden
  1. Kaartdata exporteren: kies het formaat (GeoJSON, Shapefile als zip, KML, GPX, GeoPackage of CSV met WKT) en het coördinatenstelsel (WGS84 of RD New). Standaard gaan alleen de zichtbare lagen mee. Waarnemingen gaan mee zonder hun formuliervelden; die haal je uit de waarnemingenexport.
Het paneel GeoJSON importeren met een bestandskeuze, een plakveld en de optie om op te slaan als kaartlaag
  1. GeoJSON importeren: kies een bestand of plak de tekst, bekijk het resultaat op de kaart en sla het op als laag.

Kaarten en uitvoer

Het paneel Kaart maken met titel, ondertitel en de legenda-opties
  1. Kaart maken: vul een titel in.
  2. En een ondertitel.
  3. Kies of de legenda meegaat en of die alleen de soorten in beeld toont. Elke legendaregel kun je aanpassen of weghalen; met Pijl tekenen zet je pijlen op de kaart die alleen in de afbeelding komen.
Het onderste deel van het paneel met de knop Voorbeeld, het voorbeeld van de kaart met titel, legenda, noordpijl en schaalbalk, en de knop Download PNG
  1. Klik op Voorbeeld.
  2. Het voorbeeld toont de kaart zoals hij wordt geëxporteerd: titel, ondertitel, noordpijl, schaalbalk, datum en legenda. Zoom of verschuif de kaart en klik opnieuw op Voorbeeld tot het klopt.
  3. Klik op Download PNG. De afbeelding is geschikt voor een rapport.

Tips

  • Werk je op straatniveau, zoom dan eerst in; de BAG-panden en de foto's laden alleen voor het beeld.
  • Elke nieuwe laag die een gereedschap maakt, staat direct in het lagenpaneel en in de app. Verwijder lagen die je alleen even nodig had via het laagmenu.