Waarvoor is dit

Bij een quickscan van een wijk of een SMP wil je zeker weten dat elk pand is bekeken. Zet de panden vooraf als laag klaar, dan ziet de veldwerker in de app welke panden aan de beurt zijn en welke al een waarneming hebben.

Op kantoor: de panden als laag

Het paneel BAG-panden importeren met een getekend gebied op de kaart waarin 166 panden zijn gevonden, het naamveld en de knop Maak laag met BAG-panden
  1. Kies Gereedschap, BAG en panden, BAG-panden importeren en teken het gebied; dubbelklik om te sluiten.
  2. Het paneel meldt hoeveel panden er in het gebied liggen.
  3. Geef de laag een naam, bijvoorbeeld Te inspecteren panden fase 1.
  4. Klik op Maak laag met BAG-panden.
Het lagenpaneel met de nieuwe pandenlaag en op de kaart de panden in oranje
  1. De laag staat in het paneel; elk pand heeft bouwjaar, status en oppervlakte als eigenschap. Zet Labels tonen aan als je de huisnummers op de kaart wilt.

In het veld: per pand afvinken

Het venster van een object in de app met de eigenschappen, het blok Waarnemingen op dit object en de knop Observatie toevoegen
  1. De veldwerker zet de pandenlaag aan in het lagenpaneel en tikt een pand aan; de eigenschappen verschijnen.
  2. Waarnemingen op dit object laat zien of het pand al is gedaan.
  3. Observatie toevoegen maakt de waarneming op het pand. Zie Kaartstudio-lagen in de app.

Alternatief zonder voorbereiding: de veldwerker kiest in de app Vormen, BAG-panden en tikt de panden zelf aan; de app maakt dan per pand een waarneming met pand-ID. Zie Waarnemingen aan BAG-panden koppelen.

Achteraf: koppelen en controleren

Het paneel BAG-pand koppeling met de maximale afstand, de heatmap-opties, de uitkomst per pand en de knoppen om een laag te maken en de koppeling vast te leggen
  1. Kies BAG-pand koppeling en stel de maximale afstand in, bijvoorbeeld 15 meter.
  2. Zet de heatmap en de aantallen aan.
  3. Klik op Analyseer huidige weergave.
  4. Per pand zie je het adres en het aantal waarnemingen; panden zonder waarneming zijn de gaten in je checklist.
  5. Maak laag van koppeling bewaart het resultaat als laag.
  6. Koppeling vastleggen op waarnemingen schrijft het pand-ID in de waarnemingen, zodat het in de export staat.

Tips

  • Combineer met de attribuuttabel: filter de pandenlaag op bouwjaar voor panden van voor 1990, de kandidaten voor spouwmuren.
  • Werk je met meerdere veldwerkers, verdeel dan de panden over tekenlagen per persoon of per fase.