Waarvoor is dit

Op een tekenlaag zet je wat niet uit het veld komt maar wel op de kaart hoort: zoekgebieden, geplande routes, te controleren locaties, sloopblokken. Elk object krijgt eigenschappen, zoals een naam en een instructie, die de veldwerker in de app ziet als hij het object aantikt.

Tekenen activeren

Het lagenpaneel met de uitgeklapte tekenlaag Zoekgebieden en de knop Activeer tekengereedschap
  1. Maak een laag van het type Tekenlaag (Lagen, Nieuwe laag toevoegen) en klap hem uit met de pijl.
  2. Klik op Activeer tekengereedschap. Het rechtermuisknopmenu van de laag heeft dezelfde optie: Als actieve laag instellen.
De kaart met linksboven de tekenknoppen, het paneel Tekengereedschap met Punt, Lijn en Vlak, en bovenin het lagenpaneel de balk Actieve tekenlaag Zoekgebieden
  1. Linksboven op de kaart verschijnen de tekenknoppen: lijn, vlak, punt en een prullenbak.
  2. Het paneel Tekengereedschap heeft dezelfde keuze plus Selecteren en Verwijder selectie. Klik is een punt zetten; dubbelklik of Enter rondt een lijn of vlak af. Sluit het paneel om te stoppen met tekenen.
  3. De groene balk toont welke laag actief is; met Deactiveer stop je.

Een vlak tekenen en eigenschappen invullen

Het venster Objecteigenschappen na het tekenen van een vlak, met een regel naam en waarde, de knop Eigenschap toevoegen en de knop Opslaan
  1. Kies Vlak, klik de hoekpunten en klik op het beginpunt om te sluiten. Het venster Objecteigenschappen opent.
  2. Elke regel is een eigenschap: links de naam (bijvoorbeeld naam of opmerking), rechts de waarde.
  3. Met Eigenschap toevoegen maak je een extra regel.
  4. Klik op Opslaan. De eigenschappen zijn in de app te zien en komen mee in exports.

Objecten selecteren, verplaatsen en verwijderen

Het paneel Tekengereedschap met de knop Selecteren en Verwijder selectie, en het venster Objecteigenschappen van een bestaand vlak met Verplaatsen en Verwijderen
  1. Kies Selecteren en klik op een object; het venster met eigenschappen opent en de hoekpunten worden sleepbaar.
  2. Verplaatsen zet het object in sleepstand.
  3. Verwijderen haalt het object weg.
  4. Verwijder selectie in het paneel doet hetzelfde voor alles wat geselecteerd is.

Labels en statistieken

Het rechtermuisknopmenu van de tekenlaag met de opties Labels tonen en Statistieken
  1. Labels tonen zet de naam van elk object op de kaart.
  2. Statistieken opent een overzicht van de laag.
De kaart met de naam Zoekgebied west als label in het vlak

Met labels aan zie je in één blik welk vlak welk gebied is, ook bij het maken van een kaart voor een rapport.

Het paneel Statistieken van de laag met het aantal objecten, punten, lijnen en vlakken, de totale oppervlakte en het aantal attribuutvelden
  1. Statistieken telt de objecten per type en rekent de totale oppervlakte van de vlakken uit, bijvoorbeeld voor een offerte of een oppervlaktecheck.

Tips

  • Geef elk object minstens een eigenschap naam; de app en de labels gebruiken die.
  • Vergeet niet te deactiveren als je klaar bent; anders zet elke klik op de kaart een punt.
  • Een tekenlaag exporteer je met Kaartdata exporteren als GeoJSON, Shapefile of GeoPackage.